Geschiedenis Brunssum

Geschiedenis Brunssum



Er zijn aanwijzingen dat in de prehistorie reeds sprake was van bewoning in het gebied om Brunssum. Dit geldt ook voor de buurgemeenten Heerlen en Landgraaf. Over deze bewoning is nog weinig bekend. Bodemvondsten en middeleeuwse vermeldingen wijzen op een ononderbroken bewoning van dit gebied in de laatste 2.000 jaar.

In de middeleeuwen werd er de landweer in het Schutterspark opgeworpen ter bescherming.

Heerlijkheid Brunssum is sinds 1150 bekend, en vormde met Schinveld en Jabeek een schepenbank. In 1609 werd de schepenbank van Brunssum, bestaande uit Brunssum, Schinveld en Jabeek, door de Spaanse regering verkocht aan Arnold III Huyn van Geleen. In 1664 ging deze heerlijkheid op in het graafschap Geleen en Amstenrade. Aan het einde van de Ancien Régime per 1794 werd Brunssum een zelfstandige gemeente.

De kerk in het centrum van Brunssum is de Heilige Gregoriuskerk. Noch van de schepenbank, noch van de parochie zijn zegels of zegelafbeeldingen bekend. Het wapen is daarom samengesteld uit het wapen van de familie Huyn en de parochieheilige.

In 1995 kreeg Brunssum landelijke bekendheid toen een Mariabeeld op miraculeuze wijze bloed zou zijn gaan huilen. Bij nader onderzoek bleek het te gaan om gesmolten lijm.

Mijnverleden



Tot het begin van de 20e eeuw was Brunssum een gehucht en leefden de bewoners voornamelijk van de landbouw. Na de oprichting van de staatsmijnen nam het aantal inwoners door vestiging van arbeiders uit andere delen van Nederland en gastarbeiders uit Zuid-Europa en Noord-Afrika snel toe. Brunssum werd een belangrijk centrum voor steen- en bruinkoolwinning. Ook werd in de nabijheid van Brunssum zilverzand afgegraven.

Voor Brunssum was in het bijzonder de staatsmijn Hendrik (1915 – 1963 / 1973), die de meeste Nederlandse mijnwerkers benodigde, het kloppend hart van stedelijke ontwikkeling. De Hendrik had de diepste mijn van Nederland. Schacht IV had een diepte van 1.058 meter.

Ook de staatsmijn Emma (1911 – 1973), in het huidige Treebeek, beïnvloedde ook de ontwikkeling van Brunssum. Tegenwoordig bevindt zich op het terrein van de Emma een immens natuurgebied met winkels, woningen, parken, een industriegebied en een verkeersader.

  • Steenkool
  • Bruinkool
  • Zand en grind
  • Na de Eerste Wereldoorlog ontstonden knelpunten in de Nederlandse energieverzorging. Dit leidde ertoe dat Nederland een aantal staatsmijnen oprichtte. Op het gebied waar de staatsmijn Hendrik zou worden gebouwd begon men reeds in 1913 met het aanleggen van de eerste schachten. In 1917 kon men de eerste kolen delven.

    Drie schachten (nummers I, II en IV) werden tussen de Brunssummerheide en de huidige wijk Rumpen opgericht. Een vierde (lucht)schacht werd op grondgebied van de gemeente Nieuwenhagen in de zuidelijke Brunssummerheide aangelegd. In de Hendrik werd namelijk het gasrijke vetkool gedolven, waarvan cokes werd gemaakt.

    Door ontsnappend mijngas, technische mankementen en menselijk falen vonden in de Hendrik de meeste ongelukken van alle Nederlandse mijnen plaats. Het zwaarste ongeluk was op 24 maart 1947 en kostte 13 mensen het leven.

    In het jaar 1963 fuseerden de staatsmijn Emma en de staatsmijn Hendrik. De samenwerking werd Emma-Hendrik genoemd. In 1973 stopte de mijnbouw in Brunssum. Op het voormalige mijnterrein werd de AFCENT legerbasis ingericht.

  • In de regio Brunssum bevonden zich meerdere dagbouw afgravingen. Naast bruinkool werd hier ook zand, grind en klei gedolven. Het hoogtepunt van de bruinkolenwinning lag in de jaren 50 van de 20e eeuw. Een belangrijke ontwikkeling van de bruinkolenwinning in Brunssum was de snel gestegen nationale behoefte aan primaire energiebronnen op grond van de teruggelopen import uit Engeland en Duitsland.

    In 1911 werd de N.V. Bergerode, Maatschappij tot Exploitatie van Mineralen in Brunssum opgericht. De N.V. Maatschappij tot Exploitatie van Bruinkolenvelden “Carisborg” was inHeerlerheide actief en was de belangrijkste firma op het gebied van de Nederlandse bruinkolenwinning. Deze werd op 22 september 1917 opgericht.

    Het Vijverpark in het centrum van Brunssum is een overblijfsel van de voormalige dagbouw van de bruinkoolconcessie Brunahilde II die door de firma Bergerode geëxploiteerd werd. Hier werd direct onder het aardoppervlak een bruinkoollaag afgegraven. Na het stilleggen van de afgraving vulde het gat zich met water. De vijver die hierdoor ontstond is nu het middelpunt van het Vijverpark.

    Ook in het oosten, nabij de wijk Schuttersveld, werd bruinkool aangetroffen in de concessie Brunahilde I, maar deze is nooit tot ontginning gebracht.

    De Koffiepoel op de Brunssummerheide is ook het restant van een bruinkoolontginning, namelijk de concessie Energie van de firma Bergerode.

  • Aan de rand van de Brunssummerheide wordt door de bouwstoffenindustrie nog altijd zilverzand en grind afgegraven. Grote delen van deze voormalige afgravingsgebieden staan tegenwoordig onder natuurbescherming en verwilderen tot natuurgebieden, een gedeelte werd omgevormd tot Golfclub Brunssummerheide.


This article uses material from the Wikipedia article Brunssum Geschiedenis, which is released under the Creative Commons Attribution-Share-Alike License 3.0.